socrates de marktprater

Het verhaal gaat dat Socrates mensen aanklampte op straat, op de Atheense Agora, of waar dan ook. En hij zou ze dan hebben ondervraagd, het vuur aan de schenen hebben gelegd, totdat ze inzagen dat ze nog niet half zo veel wisten als dat ze meenden te weten.

Wie de dialogen van Plato leest, merkt echter dat dit beeld zo goed als nergens op berust. In geen enkele dialoog begint Socrates zomaar een gesprek met een passant ergens op de straat. Laat staan dat hij ze begint te ondervragen. In veel dialogen neemt hij pas aan het gesprek deel als anderen hem daartoe uitnodigen dan wel dwingen.
In de Laches bijvoorbeeld, een dialoog over de vraag ‘Wat is moed?’, zijn het Nicias en Laches, twee generaals op leeftijd, die Socrates vragen of hij niet aan het gesprek wil deelnemen. Laches: ‘Maar, Lysimachus, dat je ons uitnodigt om je raad te geven over de opvoeding van die jongeren’, en Socrates-hier niét, dat verwondert me’ (Laches, 180b-c).

Van alle dialogen van Plato is er welgeteld één waarin Socrates mogelijk op straat met iemand in gesprek gaat; de Meno. En dan is het nog niet eens Socrates die het gesprek begint, maar Meno: ‘Kun je mij vertellen, Socrates, of de deugd iets is dat onderwezen kan worden? Of is het iets dat niet door onderwijs maar door oefening wordt verkregen?’

Comments are closed.